‘Ik liep met mijn fiets aan de hand over straat. De band was stuk gegaan. Toen sprak hij mij aan en stelde hij voor om mijn band te plakken. Ik vond het wat vreemd maar accepteerde zijn hulp…’ vertelt mevrouw.

‘En toen?’ vraag ik. ‘Toen plakte hij de fietsband en kon ik weer verder!’ antwoordt ze, met een grijns op haar gezicht.
‘Daar eindigde het verhaal niet volgens mij?’ vraag ik.

‘Nee nee, daar begon het. Toen hebben we een afspraakje gemaakt, op een zaterdagavond.’ Antwoordt mevrouw. Ze glundert helemaal en ik zie een twinkel in haar ogen.

Verkering.

Mevrouw is 83, ze woont alleen. Haar man is jaren geleden gestorven. Ik vroeg aan haar hoe ze haar man heeft leren kennen en ze vertelde mij dit mooie verhaal. Wat bijzonder, denk ik bij mezelf. Ik zie het zo voor me, het lijkt wel een romantische film.

‘Vanaf wanneer hadden jullie dan verkering?’ Vraag ik aan mevrouw ‘Ik weet het niet precies, dat ging vanzelf volgens mij…’ antwoordt ze.

‘Verkering vragen is meer iets voor kinderen toch? Maar wanneer weet je of het “officieel” is? vraag ik. Mevrouw moet lachen. Het is even stil. Ik zie dat ze nadenkt over de vraag die ik haar stelde.

‘Als je haar voorstelt aan je ouders, dan is het wel officieel vind ik.’ Zegt mevrouw na de korte stilte. ‘Maar vanwaar al die vragen jongen? Is er iets aan gaande?’ vraagt ze terwijl ze mij aan blijft kijken.

Mevrouw heeft mij door, haar blik zegt genoeg. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen en kom niet goed uit mijn woorden.

‘Ik denk het wel…’ antwoord ik voorzichtig. Mevrouw kijkt mij aan met een voldane glimlach. ‘Wat mooi jongen, ik ben blij voor je. En? Wanneer ga je haar voorstellen aan je ouders? ’ vraagt ze. Ik geef geen antwoord en schiet in de lach.

Verliefd.

‘Ja jongen, ik weet al genoeg. Het zal niet lang meer duren want volgens mij zijn jullie verliefd!’ zegt mevrouw terwijl ze ook moet lachen.

‘We zullen zien. Maar ik houd u op de hoogte. En als ik advies nodig heb weet ik u te vinden!’ zeg ik terwijl ik mijn jas aantrek.
‘Daar hou ik je aan jongen! Ga maar gauw, anders kom je te laat.’

‘Tot ziens mevrouw.’ zeg ik terwijl ik naar de voordeur loop. ‘Wacht eens even jongen!’ zegt ze voordat ik haar appartement verlaat.

‘Ik ben echt heel blij voor je, dat wilde ik nog even zeggen. Dit zijn de mooie dingen in het leven, geniet daarvan.’ zegt mevrouw met een serieuze blik in haar ogen.

Ik blijf even staan en bedank haar. Wat lief, denk ik bij mezelf. Mevrouw is een geweldig mens, ik kan altijd fijn met haar praten. Dat blijkt nu wel weer. Ik ga weer verder met mijn werk, anders kom ik straks echt te laat.

Verkering vragen past misschien niet meer bij mijn leeftijd. Maar ik weet nu zeker dat ik haar heel graag voor wil stellen aan mijn ouders. En als het dan nog niet duidelijk is, dan vraag ik gewoon “verkering.”

Tommie Niessen
Verpleegkundige & Schrijver/blogger