De voordeur gaat open. ‘Voeten vegen!’ klinkt het. Ik zucht en loop naar binnen. De vriendelijkheid is weer ver te zoeken kan ik merken. ‘Deur dicht!’ is het volgende dat ik naar mijn hoofd krijg geslingerd. Normaal kan ik dit hebben maar vandaag is het anders. Ik voel dat ik een “korter lontje” heb…

Mopperig.

Bij binnenkomst doet mevrouw vaak mopperig. Dit gaat meestal weer over. Gaandeweg het zorgmoment doet ze vriendelijker. We hebben vaak leuke gesprekken over van alles en nog wat. Ik begrijp haar wel. Mevrouw krijgt vijf keer per dag zorg. Dit beperkt haar ontzettend in haar vrijheid. Ik zou het zelf ook niet fijn vinden.

‘Die deur dicht!’ zegt mevrouw nog een keer. Blijkbaar gaat het niet snel genoeg… ‘Sorry?’ Vraag ik aan mevrouw. ‘Die deur dicht!’ nu is het is even stil. Mevrouw kijkt mij aan en ik vergeet tot tien te tellen…

‘Ik ben toch geen hond? Als u niet normaal kunt doen ga ik weg. Hier heb ik geen zin in…’ zeg ik zonder er bij na te denken. Ik schrik van mijn eigen reactie. ‘Ben maar stil.’ antwoordt mevrouw. ‘Prima, ik zal niets meer zeggen…’ vervolgens is het ook echt stil.

Stilte.

We zeggen niets tegen elkaar. De sfeer is niet gezellig en de tijd gaat erg langzaam. Nu voel ik mij schuldig. Ik had niet zo moeten reageren. Ik weet hoe mevrouw is, ze draait altijd weer bij. Maar vandaag kan ik er niet mee omgaan blijkbaar…

‘Hoe is het met je katjes?’ vraagt mevrouw uit het niets. Ze kijkt mij vriendelijk aan en is oprecht geïnteresseerd. ‘Prima. Ze spelen veel en ze eten goed! ’ antwoord ik. ‘Ach geweldig jongen. Mijn zoon heeft ook katten. Die zijn zo leuk!’ zegt mevrouw met een glimlach op haar gezicht.

Ik merk dat het weer goed is. Maar ik voel mij nog steeds schuldig. Ik had zo niet moeten reageren…

Sorry.

‘Sorry voor mijn reactie…’ zeg ik aan het einde van het zorgmoment. ‘Och, allang goed jongen. Heb je het druk?’ vraagt mevrouw. ‘Ja, een beetje… Maar ik had het niet zo moeten zeggen.’ antwoord ik. ‘Ik mopper ook weleens jongen…’ zegt mevrouw met een lach op haar gezicht. Dit beeld maakt voor mij alles goed, nu kan ik ook weer lachen.

‘Dankjewel mevrouw, tot de volgende keer.’ ‘Tot ziens jongen.’ Ik geef haar een hand en voel mij niet meer schuldig. Ik ben ook maar een mens. Het is goed zo.

Tommie Niessen
Verpleegkundige & Schrijver/blogger