Ik hoor een schuivend geluid en dan gaat de voordeur voorzichtig open. In de deuropening staat een oudere man die mij wat twijfelend aankijkt.

‘Goedenavond, ik ben Tommie, van de zorg,’ zeg ik. Meneer kijkt mij aan en werpt nog een blik naar buiten. ‘Kom maar snel binnen jongen,’ fluistert hij. Ik geef hem een hand en loop naar binnen.

Mijn blik valt op een stoel die in de gang staat.
‘Ja, die heb ik tegen de deur gezet, voor de zekerheid. Je weet maar nooit hè…’ zegt meneer met een serieuze blik in zijn ogen. Ik knik en loop achter hem aan.

‘Hoe is het met u?’ vraag ik als we in de woonkamer zijn.
‘Niet zo best jongen, moet je eens luisteren…’ Meneer vertelt een wat onsamenhangend verhaal, hij praat vlug en heeft geen rust in zijn stem.

‘Zullen we even gaan zitten? Ik heb al de hele avond gewerkt en ik ben een beetje moe…’ zeg ik terwijl meneer aan het vertellen is. ‘Natuurlijk jongen! Neem plaats, neem plaats…’ antwoordt meneer en hij wijst naar een stoel.

Rust.

We zitten aan tafel en ik luister naar het verhaal van meneer. Hij denkt dat zijn sleutels zijn gestolen en hij zegt dat zijn zoon boos op hem is. Mijn gevoel zegt dat er iets anders aan de hand is. Alleen doet dat er op dit moment niet toe. Zorgen voor wat rust is nu het belangrijkste.

‘Zullen we uw zoon even bellen?’ vraag ik als er een stilte valt.
‘Misschien wordt hij dan weer boos, jongen,’ antwoordt meneer. Hij kijkt wat angstig. ‘Nee meneer, ik denk het niet.’ Meneer kijkt mij twijfelend aan. ‘Oké, als jij dat zegt…’ Ik knik met mijn hoofd en geef hem de telefoon.

‘Ben je dan niet boos, jongen? […] Oké dankjewel […] Tot snel jongen… ’ Meneer legt de telefoon neer en kijkt mij aan. ‘Dat was mijn zoon, hij zorgt goed voor mij, hoor. Het is een goede jongen.’ Ik zie aan meneer dat hij wat rustiger is, maar hij kijkt wat somber naar de tafel.

‘Voelt u zich nu wat geruster?’ vraag ik na een korte stilte.
‘Jawel, het was een misverstand, denk ik… Bedankt dat je hier bent,’ antwoordt hij. ‘Natuurlijk, geen dank, ik ben blij dat u zich wat beter voelt.’ Ik geef meneer een hand en verlaat het huis.

Angst.

Wanneer ik in de auto zit, bel ik de zoon. Het komt steeds vaker voor dat meneer zich angstig voelt en zich anders gedraagt. Morgen wordt er contact opgenomen met de huisarts, dan kijken we weer verder. Hopelijk kunnen we iets doen want het is verschrikkelijk als je zo angstig bent.

Jaren geleden heb ik zelf last gehad van angstaanvallen. Mijn situatie was heel anders dan die van meneer op dit moment. Maar de gevoelens van angst en onrust blijven hetzelfde.

Tommie Niessen
Verpleegkundige & Schrijver/blogger.

____
📘 Mijn boek “Tommie in de zorg” verschijnt in september 2018.